Op de step, op de step
Ik ben zo blij dat ik hem heb
En nou eens even zien
waar rij ik nou naar toe
Naar Purmerend misschien
Ik weet alleen niet hoe
Toen zag ik die pastoor
bent u misschien bekend
weet u misschien de weg naar Purmerend

Ja zeker wel, zei de pastoor
Je gaat recht uit en als maar door
Kijk zie je die kapel
die ken je ongetwijfeld wel
en als je daar dan bent
vraag dan de weg naar Purmerend, dag vent

Op de step, op de step etc.

Toen zag ik die mevrouw
Bent u misschien bekend
Weet u misschien de weg naar Purmerend

O zeker wel zei die mevrouw
je rijdt maar door tot dat gebouw
dat is een modezaak
daar kom ik zelf ontzettend vaak
en als je daar dan bent
vraag dan de weg naar Purmerend, dag vent

Op de step, op de step etc

Toen zag ik een chauffeur
Bent u misschien bekend,
weet u misschien de weg naar Purmerend

Ja zeker wel zei de chauffeur
je bent net aan de goeie deur
met een tikkeltje geluk
maak ik die step vast aan m'n truck
en ik sleep je 't hele end
naar Purmerend, naar Purmerend.
On the step, on the step
I am so glad I have it
And now let's see
where do I ride to
to Purmerend maybe
I only don't know how
Then I saw that priest
are you maybe familiar with
do you maybe know the way to Purmerend

Yes certainly, said the priest
you go straight and on and on
Look, do you see that chapel
that you know undoubtedly very well
and when you're there
ask then the way to Purmerend, bye lad

On the step

Then I saw this woman
Are you maybe familiar with
Do you happen to know the way to Purmerend

O certainly said that lady
you ride but on to that building
that is a fashion business
I come there incredibly often
and when you're there
ask then the way to Purmerend, bye lad

On the step

Then I saw a chauffeur (Truck driver)
Are you maybe familiar with
do you happen to know the way to Purmerend

Yes certainly, said the chauffeur
you are right a the good address
with a little bit of luck
tie I that step to my truck
and I pull (schlep) you all the way
to Purmerend, to Purmerend.
Notes

As mentioned before: we will try to stay as close to the Dutch meaning of the sentence, which will not always give the most beautiful English, but it definitely makes it easier to sort out what's what.



w
Lesson Eleven
Questions in English are usually with the help of the auxilliary to do

I want to do that    --  Do I want to do that?
Ik wil dat doen       --   Wil ik dat doen

In Dutch you just turn it around. The subject and the verb changes places

Je gaat naar huis     You are going home
Ga je naar huis       Are you going home

Je gaat naar huis    You go home
Ga je naar huis        Do you go home?

Ik gingI went?
Ging ikDid I go?
To a certain extent things seem to be a lot easier in Dutch, since it is fairly straight forward.

There is one but :
1st person singular   ik loop   loop ik?

2nd person singular  jij loopt   loop jij?

3rd person singular  hij/zij loopt  loopt hij/zij?

In other words the 2nd person singular loses the t

In al the cases where you can hear the t the Dutch are usually doing okay themselves :
werken  hij werkt  ; lopen hij loopt; slapen  hij slaapt; dromen  hij droomt; eten  hij eet; wandelen hij wandelt.

But they also have lots of problems where you can't hear it, which is with all the verbs with a d :
branden  hij brandt; antwoorden hij antwoordt;
raden hij raadt; baden  hij baadt;
Home